Blog Woordenboek

Hoe vaak heb jij tijdens je zwangerschap woorden gehoord waarvan je dacht, what the h*ck is dat nou weer?! Nou, ik heel vaak. Ik heb een lijstje gemaakt van verwarrende, grappige en stomme woorden die je zeker niet kende voordat je zwanger werd. Dit is dé snelcursus belangrijke woorden voor nieuwe moeders.

Overtijd:

Langer dan 40 weken zwanger zijn heet overtijd zijn. Je bent dus niet bedorven of te laat!

Rhesus:

Naast je bloedgroep A, B, AB of O heb je ook een Rhesusfactor. Rhesus positief (85% voorkomend) of Rhesus negatief. Als je Rhesus negatief hebt kan het zijn dat je antistoffen gaat aanmaken tegen Rhesus positief, wat je baby waarschijnlijk heeft (diezelfde 85%). Hiervoor moeten extra bloedtesten gedaan worden.

Strippen:

Sexy? Nee hoor. Dit is het masseren van de baarmoedermond door de verloskundige als je overtijd bent. Vaak wekt dit de weeën op en dat is wat je wilt na 41 weken zwangerschap. Believe me!

Onderkantje:

Het verzamelwoord voor alles wat daar beneden is. Dit is het favoriete woord van iedere kraamhulp. Get used to it.

Perineum:

Dit is het gebied rondom je vagina en tussen je vagina en anus. Er bestaat zoiets als perineum olie. Hiermee kun je dit gebied masseren (tijdens je zwangerschap, iedere dag minimaal 10 minuten) om de kans op uitscheuren, zie ruptuur, te voorkomen.

Inleiden:

Dit is het kunstmatig opwekken van de bevalling. Hier zijn verschillende manieren voor, je leest ze hier.

Utero:

Je baarmoeder.

Epidurale verdoving:

De ruggenprik! Zelf kan ik hem uiterst aanbevelen :).

Knipje zetten:

Ter voorkoming van uitscheuren tijdens de bevalling kan de verloskundige of gynaecoloog je vagina een stukje open knippen. Zo komt je kind er makkelijker uit en herstel je sneller en mooier na het hechten ten opzichte van scheuren.

Sectio:

Keizersnede.

Totaal ruptuur:

Inscheuren tijdens je bevalling van je vagina tot je anus.  AUUWWWWWW.

Apgar (Apgar-test):

Dit is een test die direct na de geboorte van je baby, en na tien minuten nog een keer, wordt uitgevoerd om je kindje te controleren op ademhaling, spierspanning, hartslag en reflexen.

Meconium:

De eerste poep van je baby. Dit is vaak gitzwart en klevend.

Het vloeibare goud:

Nog zo’n kraamhulp term. Dit is een synoniem voor moedermelk.

Lactatiekundige:

Iemand die je helpt bij en alles weet over borstvoeding.

Aanleggen:

De lactatiekundige kan je helpen met het “aanleggen” van je baby. Baby’s mondje om je tepel dus.

Stuwing:

Hele grote opgezette pijnlijke borsten. Vaak in de kraamweek. Hier kun je verschillende middeltjes voor nemen zoals stuwingsthee, koude koolbladeren erop, ice pack, warme douche. P.S. Vergeet niet een foto te maken van die enorme jopen!

Mondje teruggeven:

Als je baby kotst dan heet dit heel schattig, een mondje teruggeven. (Dit is trouwens ook echt maar een heel klein beetje melk dus het is niet echt vies gelukkig).

Speentje over:

Als je baby de fles heeft gedronken maar iets over heeft gelaten.

Zo, welke woorden heb jij allemaal geleerd tijdens je zwangerschap en bevalling? Welke mogen absoluut niet ontbreken in dit lijstje? Let me know!

Irene