kaartje hanna

Het was woensdag 28 juni. Om half twee ‘s nachts, werd ik wakker met buikpijn. Snel naar het toilet dacht ik nog. Stom! Het waren natuurlijk de weeën die ik kon verwachten nadat ik die middag gestript was bij de verloskundige. Inmiddels was ik namelijk 41 weken en één dag zwanger.

DE VERLOSKUNDIGE BELLEN

Op mijn telefoon had ik al de nodige apps gezet die het bijhouden van de weeën makkelijk maakt, dus ik kon gaan timen. Elke vijf minuten was het raak. Een half uur later vertelde de app mij dat ik de verloskundige mocht bellen. Eerst mijn vriend maar eens wakker schudden: ‘het is begonnen!’. Met een razend tempo werden de weeën heviger. Ik was blij toen de verloskundige om drie uur bij ons thuis was. Ik had 3 centimeter ontsluiting.

BEVALLING IN HET GEBOORTEHOTEL

Mijn wens was om te bevallen in het geboortehotel. (Bijna) net zoveel luxe als thuis, maar niet al die troep. Dat sprak me wel aan.  Ook de mogelijkheid om in bad te bevallen of op de baarkruk was aanwezig. Alle opties wilde ik open laten. Je weet immers nooit hoe je je voelt op moment suprême.

Vluchttas mee, Maxi-Cosi paraat, rolstoel munt in de hand. Om zes uur in de ochtend, na een helse autorit, arriveerden we in het hotel. We kregen een kamer toegewezen en de verloskundige checkte ‘hoe ver ik was’. Helaas was er in de tussentijd geen verdere ontsluiting ontstaan. Nogmaals werd ik gestript. Ook mijn vliezen werden gebroken om de bevalling op gang te helpen. Hier voelde ik amper iets van. Het is alsof je in je bed plast. Wel werden de weeën steeds heftiger.
Geen moment kreeg ik meer om op adem te komen. Weeënstorm. Tot een uur of twaalf heb ik de pijn weten weg te puffen. Compleet van de wereld was ik. Mijn vriend heeft vragen voor mij beantwoord die ikzelf niet eens meegekregen heb. Ik was helemaal in trance.

WEEËNOPWEKKERS EN EEN RUGGENPRIK

De verloskundige kwam opnieuw mijn ontsluiting opmeten. Helaas. Geen extra ontsluiting. Het lood zakte me in de schoenen. Eén centimeter per uur is gebruikelijk, had ik begrepen op de cursus. Hoe kon het bij mij nou zo langzaam gaan? En belangrijker nog, wat kon ik er aan doen? Dit ging ik niet veel langer volhouden! Weeënopwekkers waren het antwoord van de verloskundige.
Helaas moest ik hiervoor verplaatst worden naar het ziekenhuis. Als ik dan toch in het ziekenhuis ga bevallen, doe me dan ook maar een ruggenprik, dacht ik. Zo gezegd, zo gedaan. Dit was de beste keuze van mijn leven! Na alle voorbereidingen in de ziekenhuiskamer (denk aan het inbrengen van een katheter, het aansluiten van verschillende metertjes en een infuus) ging rond één uur op de OK een enorme naald mijn rug in. Mijn extreme naaldenangst en de hevige pijn verdwenen als sneeuw voor de zon. Wat was dit lekker zeg. Eindelijk kon ik weer normaal een gesprek voeren.

EN TOCH WEER WEEËNREMMERS

Terug op de kamer werd ik aan alle apparatuur gekoppeld. De weeënopwekkers werden met een pompje via het infuus ingebracht. De weeën waren op het scherm niet te zien. Opgehoogd, nogmaals opgehoogd. Terwijl ik wist dat ik weeën had, die voelde ik door de ruggenprik heen, vertelde de monitor dat ze er niet waren. “Hoest eens”, zei de verpleegkundige. Ja, op het scherm vloog het streepje de lucht in. Vijf centimeter. Nogmaals een ophoging. De hartslag van mijn baby ging omhoog.
De verpleegkundige besloot dat het tijd werd het draadje te controleren die mijn uitblijvende weeën moest monitoren. Totaal verdwaald vond ze hem zielig in een hoekje van mijn vagina in plaats van in de baarmoeder. Eenmaal op plek van bestemming vloog het streepje alle kanten op. “Het gaat nu wel erg hard, we geven je even wat remmers”.

ALS EEN KURK VAN EEN CHAMPAGNEFLES

Tot acht uur die avond heb ik heerlijk in mijn ziekenhuisbedje gelegen. Weeën voelde ik slechts in de verte en de ontsluiting vorderde. De druk om te persen begon heviger te worden. Omdat ik deze druk goed voelde mocht de ruggenprik aan blijven staan. Mijn vriend en de verloskundigen voerden samen een heuse cheerleader-act op: “Kom op, je kunt het, wat doe je het goed, PERSEN!!”. We zagen het hoofdje al. Ik voelde dat ik stukje bij beetje dichter bij de finish kwam.

Om kwart voor 10 wilde de verloskundige de schaar erbij pakken omdat mijn baby het niet meer naar haar zin bleek te hebben. De gedachte aan een knip gaf mij een laatste powerboost. Want inknippen, dat wilde ik écht niet. Laat het me nog één keer zelf proberen, vroeg ik aan de dames. Met al mijn kracht perste ik een laatste keer. Als een kurk van een champagnefles vloog mijn dochter het matje op. Floeps! Proost!
De schaar kon toen gelukkig de kast weer in. Daar was ze dan. Na een avontuur van twintig uur was onze lieve, mooie en gezonde dochter geboren. Na het knippen van de navelstreng en de controles mochten we terug naar het kraamhotel en konden we genieten van onze eerste nacht als papa en mama; onze eerste nacht als gezin.

Irene